Gelijke politieke positie eindelijk primair

In 2022, for the first time in Dutch history, there were as many female ministers as male ministers. A historical highlight. Unfortunately, women’s emancipation in politics does not end here. We still have a long way to go to really achieve gender equality in Dutch politics.


Op 10 januari 2022 trad kabinet-Rutte IV aan, na een formatieperiode van bijna tien maanden. Voor het eerst in de Nederlandse geschiedenis bestond de ministersploeg voor de helft uit vrouwen. Een historische mijlpaal. Tijdens het aantreden van het vorige kabinet in 2017 zei minister-president Mark Rutte nog dat hij de man-vrouwverhouding in het kabinet ‘secundair’ vond. Het ging er vooral om dat je een ploeg met de beste mensen samenstelde, beweerde hij. Dat Nederland barst van vrouwelijk politiek talent, ontging hem hoogstwaarschijnlijk. Toch werd de roep om een gelijkere verdeling van mannen en vrouwen in het kabinet de afgelopen vier jaar groter en in Rutte IV was het dan eindelijk zover: tien mannen en tien vrouwen namen naast de koning plaats op het bordes en mochten de ministerposten gaan bekleden. Nog nooit kende Nederland zo’n divers kabinet als Rutte IV. Is vrouwenemancipatie in de politiek met deze ministersploeg eindelijk voltrokken?

Het eerste Nederlandse kabinet trad aan in 1848. Politiek was toen iets voor mannen. Er was geen algemeen kiesrecht, laat staan kiesrecht voor vrouwen, en het parlement en het kabinet werden gevormd door heren van goede komaf. Pas in 1953, meer dan honderd jaar na het aantreden van het eerste kabinet, werd KVP-politicus Anne de Waal de eerste vrouwelijke staatssecretaris. Drie jaar later, in 1956, trad ook de eerste vrouwelijke minister toe tot het kabinet, eveneens afkomstig uit de KVP: Marga Klompé. Nederland had er 108 jaar over gedaan om een vrouw in de ministersploeg te krijgen. Na de Tweede Wereldoorlog nam de participatie van vrouwen in de Nederlandse politiek toe, hoewel het nooit in de buurt kwam van een gelijke man/vrouw-verdeling. In 1980 ratificeerde Nederland het Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen. Het verdrag, dat is gebaseerd op de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, stelt in artikel 7 dat ondertekenaars van het verdrag alle passende maatregelen moeten nemen om discriminatie van vrouwen in het politieke en openbare leven uit te bannen. Vrouwendiscriminatie in de politiek mocht vanaf dat moment officieel niet meer plaatsvinden.

De eerste vrouwelijke minister in kabinet Drees IV in 1956. Bron: Collectie SPAARNESTAD PHOTO/NA/Anefo/Fotograaf onbekend, CC BY-SA 3.0 NL, via Wikimedia Commons

De realiteit is helaas vaak anders. Vrouwenparticipatie in de Nederlandse politiek is sinds de jaren tachtig dan wel sterk toegenomen, van een gelijke verdeling is nooit sprake geweest. Wanneer ik anno 2022 naar de politiek kijk, zie ik nog steeds een grote vertegenwoordiging van witte mannen in pak. En dat moet anders. Nederland kent pieken en dalen wat vrouwenemancipatie in de politiek betreft. Het World Economic Forum maakt elk jaar een ranglijst van de gelijkheid tussen mannen en vrouwen in alle landen. Waar Nederland in 2006 nog een plek scoorde in de top tien, waren we in 2017 bij het aantreden van kabinet-Rutte III alweer gezakt naar een 25e plaats. Voor een land dat zich graag voordoet als sterk geëmancipeerd, is dit tragisch. Er staat ons iets te doen!

Vrouwen de politiek in krijgen, dat is wat we moeten doen. Een gelijk verdeeld kabinet is een startpunt, maar voor jonge vrouwen is het pad richting de politiek, waar discriminatie en seksisme op de loer liggen, nog altijd niet verleidelijk. Zolang politiek nog steeds voor het overgrote deel wordt bedreven door mannen in pakken zijn we er niet. De hele twintigste eeuw vochten vrouwen voor een gelijke positie in de Nederlandse politiek. Deze strijd is duidelijk nog niet gestreden. Vrouwen in de politiek zorgen niet alleen voor een betere vertegenwoordiging van het Nederlandse volk; ze zijn ook een positief voorbeeld voor jonge vrouwen. Dat Rutte IV nu tien vrouwelijke ministers kent is een historisch hoogtepunt, maar we moeten doorgaan met gendergelijkheid de standaard maken. Niet alleen in het kabinet, maar ook in het parlement, de Provinciale Staten en onze gemeenteraden. En wordt het bijvoorbeeld bij de volgende Tweede Kamerverkiezingen in 2025 niet eens tijd voor de eerste vrouwelijke premier? Het antwoord is wat mij betreft volmondig ja. Zoals oud-D66-minister Els Borst ooit zei: politiek is te belangrijk om alleen aan mannen over te laten. En zo is het maar net.

Famke Telman studied history at Utrecht University and is currently finishing her master’s in Politics and Parliament at Radboud University. She is mostly interested in the parliamentary history of the Netherlands and in Dutch politics.