Moeder van de blues

Ma Rainey, ook wel bekend als de moeder van de blues, is het onderwerp van Netflix’ Ma Rainey’s Black Bottom. Wieger Lagerveld keek de film en schreef een recensie.

Op een warme dag in 1927 komt blueszangeres Ma Rainey met haar entourage en bandleden naar een muziekstudio in Chicago om onder andere het nummer Ma Rainey’s Black Bottom op te nemen. Dit is de setting van de gelijknamige film die is geproduceerd door Denzel Washington en is geregisseerd door George C. Wolfe, gebaseerd op het beroemde toneelstuk van August Wilson uit 1982. De film vertoont slechts een paar uur aan vertelde tijd en speelt zich vrijwel volledig af op dezelfde locatie: de muziekstudio. Juist deze opzet is de kracht van de film doordat het de mogelijkheid geeft om onderwerpen die de muren van de studio overstijgen, zoals ongelijkheid en racisme, te behandelen. 

Die onderwerpen worden met name verteld vanuit de twee hoofdpersonen. Allereerst Ma Rainey zelf, gespeeld door Viola Davis. Gertrude Rainey (1886-1939), dus ook wel ‘Ma Rainey’ genoemd, was een van de eerste echte blueszangeressen en wordt door haar invloed op een volgende generatie blues-artiesten ook wel de ‘moeder van de blues’ genoemd. In de film legt Ma Rainey haar zangtalent niet zomaar in handen van de producers in Chicago. De relatie tussen haar en de witte producers laat zien dat een eerlijke behandeling voor zwarte artiesten in die tijd verre van zelfsprekend was: ‘They don’t care nothing about me. All they want is my voice.’ De koppige manier van onderhandelen werkt voor Ma Rainey en hier wijkt ze gedurende de film dan ook niet vanaf. 

De andere centrale figuur is de jonge talentvolle trompettist Levee, die veelal in de inspeelruimte met de andere bandleden aan het repeteren is. De eigenzinnige Levee, gespeeld door de inmiddels overleden Chadwick Boseman, probeert op zijn eigen manier verder te komen in de muziekbusiness. Hierin laten de makers echter een nog problematischere kant van die wereld zien. Levee probeert eigen gemaakte nummers geproduceerd te krijgen maar wordt daarin, zo blijkt later, afgezet door de producer. Als de bandleden hem vragen waarom hij toch zo vriendelijk deed tegenover de ‘white folk’ raakt hij geïrriteerd en vindt dat ze hierover niet mogen oordelen. Wat volgt, is een steeds aan intensiteit en emotie toenemende monoloog waarin Levee verteld over de gruwelijkheden die witte mannen hem en zijn familie in het verleden hebben aangedaan en waarom hij dus zijn eigen manier heeft om om te gaan met de ‘witte man’. 

Het lukt Levee niet zich te uiten in de muziek die hij gevraagd wordt te spelen. Gecombineerd met de reeds opgekomen emoties uit hij zijn woede op de band. Na eerst een bandlid met een mes te bedreigen zorgt die extreme frustratie, ingegeven door trauma’s uit het verleden, tot een zeer heftig einde van de film. Hoewel een dusdanig einde naar mijn mening niet nodig was om het verhaal te vertellen, gaat de film hierdoor in ieder geval niet als een nachtkaars uit. 

Vanuit een opnamesessie in een muziekstudio in Chicago weet Ma Rainey’s Black Bottom je met sterk acteerwerk te boeien en de ongelijke verhoudingen tussen artiest en producer en zwart en wit weer te geven. Een echte aanrader, voorzien van de nodige muzikale blues intermezzo’s. 

Gertrude Pridgett ‘Ma’ Rainey. 
Bron: Donaldson Collection.