Vanuit de nevelen van de geschiedenis tot mensen van vlees en bloed

How do you write a history about people who cannot be found in archives? That question is the central part of Suze Zijlstra’s De voormoeders. Dasja Zonneveldt read and reviewed the book.


Suze Zijlstra, De voormoeders: een verborgen Nederlands-Indische familiegeschiedenis. Ambo|Anthos, Amsterdam, 2021. 320 pagina’s, €24,99.

Hoe schrijf je geschiedenis over mensen die niet in de archieven te vinden zijn? In De voormoeders gaat Suze Zijlstra op zoek naar de verhalen van de vrouwen uit haar familie. Ze beschrijft de levens van haar Europees-Aziatische voormoeders vanaf 1700. Deze verhalen plaatst ze in een bredere context van de positie van Europees-Aziatische vrouwen in Nederlands-Indië. Ze schijnt hierdoor licht op een relatief onbekend en onderbelicht onderdeel van de geschiedenis van de voormalige Nederlandse kolonie. 

Zijlstra laat in haar boek zien welke positie Europees-Aziatische vrouwen innamen in de maatschappij. Er bestond een duidelijke, raciale sociale orde. Hoe Europeser iemand was, hoe hoger diegene stond in de maatschappelijke hiërarchie. Aziatische of ‘inlandse’ vrouwen hadden vrijwel geen rechten. Europese mannen konden kinderen verwekken bij hun Aziatische bediendes annex geliefden, ook wel njai genoemd. Pas als mannen hun kinderen erkenden, kregen ze bescherming en rechten. Europees-Aziatische vrouwen kregen daardoor niet alleen te maken met grenzen die hen werden opgelegd op basis van hun gender, maar ook hun afkomst. 

Hun lagere status in de maatschappij bemoeilijkt ook Zijlstra’s zoektocht. Dit komt door het niet-neutrale karakter van archieven. Slechts een kleine groep bepaalt wat er in vastgelegd en bewaard wordt. Hierdoor is er veel te vinden over mannen, maar weinig over vrouwen. Dat geldt des te meer voor vrouwen met een Aziatische of Europees-Aziatische achtergrond. De archieven zwijgen bijvoorbeeld over Betjie, een van haar vroegste Aziatische voormoeders en de huisslavin van een hoge VOC-functionaris. Het is niet duidelijk of ze daadwerkelijk zo heette, waar ze vandaan kwam en wat haar precieze relatie was met de vader van haar kinderen. Ondanks het gebrek aan archiefmateriaal slaagt Zijlstra erin om een overtuigende en meeslepende geschiedenis te schrijven van Betjie en andere voormoeders. Ze onderzoekt kranten, registers, archieven en  geluidsopnamen. In het boek schrijft ze veel vanuit zichzelf en reflecteert ze op haar bronnen. Soms speculeert Zijlstra over de levensloop van de vrouwen, waarbij ze zich baseert op secundaire literatuur. Soms moet ze toegeven dat ze niet genoeg weet. 

Dit persoonlijke perspectief maakt het boek bijzonder. Zijlstra neemt in haar boek niet de rol aan van afwezige verteller, maar reflecteert veel op het leven van haar voormoeders en haar eigen zoektocht. Zo vertelt ze dat ze zelf naar Indonesië is gegaan om het land te ervaren en vervlecht ze anekdotes over haar overgrootmoeder met archiefonderzoek. Haar betrokkenheid bij haar familieleden zorgt ervoor dat ze veranderen van schimmen uit de nevelen van de geschiedenis in echte mensen. Daarnaast zorgt het er ook voor dat ze een stapje extra zet in haar onderzoek. Ze laat zich niet tegenhouden door gaten in archieven, maar zoekt steeds verder. Naarmate het verhaal vordert, neemt de kracht van deze persoonlijke invalshoek toe. Het hoogtepunt hiervan vormt het laatste hoofdstuk, waarin ze over haar eigen ervaringen vertelt. Haar persoonlijke band met deze geschiedenis en haar uitstekende speurwerk maken De voormoeders een boeiend boek dat de lezer anders laat kijken naar de Nederlands-Indische geschiedenis.