Onmogelijk mens of verzetsheld?

Wat maakt een verzetsheld? Over die vraag buigt Rutger Bregman zich in zijn nieuwe gelijknamige boek. Famke Telman las en recenseerde het werk.

Wat maakt een verzetsheld? Over die vraag buigt Rutger Bregman zich in zijn nieuwe gelijknamige boek. Famke Telman las en recenseerde het werk.Na het succes van De Meeste Mensen Deugen toont Bregman deze keer aan dat misschien juist het tegendeel waar is. Bregman geeft ons in het boek een inkijkje in het leven van verzetsheld Arnold Douwes. Wanneer je tegen Douwes gezegd zou hebben dat de meeste mensen deugen, zou hij je volgens Bregman ongetwijfeld hebben uitgelachen. De meeste mensen waren juist lafaards, vond hij.

In het boekje, dat slechts 61 pagina’s telt, duikt Bregman in de Nederlandse geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog en zoekt antwoord op de vraag wat verzetshelden dreef. Waarom gingen sommigen in het verzet, terwijl anderen liever binnen de gestelde grenzen van de bezetter bleven? Het zijn vragen die al vaak gesteld zijn bij onderzoek naar de Tweede Wereldoorlog en dat maakt het boek ook niet vernieuwend. Een volhardend antwoord op deze vraag komt er dan ook in het werk van Bregman, zoals te verwachten valt, niet. Het verhaal van verzetsheld Douwes geeft echter wel een mooi kijkje in het leven van een lid van het verzet en laat daarnaast zien hoe een verzetsheld ook een mens is met gebreken. Douwes bleek al op jonge leeftijd een onmogelijk mens, maar in tijden van crisis deed hij wat de meeste Nederlanders niet deden.

Het verhaal van Arnold Douwes is daarom bewonderenswaardig. Douwes was er al vroeg van overtuigd dat de Duitsers de joden wilden uitroeien en wist dit zijn omgeving duidelijk te maken. Hij was goed in het overtuigen van potentiële helpers om onderduikers in huis te nemen en accepteerde zelden nee. Als iedereen onderduikers had, kon niemand elkaar verraden. Wat zorgde er verder voor dat sommige Nederlanders hier wel toe bereid waren en anderen niet? 

Nieuw onderzoek naar de motivatie van verzetshelden doet Bregman zelf niet, maar hij maakt gebruik van andere grote onderzoeken naar het verzet. Deze onderzoeken hebben hetzelfde doel als Bregman, namelijk erachter komen wat men aanzet tot verzet. Bregman laat in zijn hoofdstukken de uitkomsten van deze onderzoeken door het verhaal van Arnold Douwes lopen, wat Douwes de perfecte casestudy maakt. Het verhaal van de verzetsheld, waarvoor Bregman diens dagboek als bron gebruikte, geeft een menselijk randje aan de onderzoeken die bestaan uit data analyses en statistisch werk. De interesse naar het verzet lijkt in lijn te liggen met Bregmans interesse naar het goede in de mens. 

Wat maakt een verzetsheld? is een kort essay dat een glimp van het verzet geeft aan iemand die weinig kennis heeft over deze geschiedenis. Vernieuwende inzichten geeft het echter niet. Nieuwe conclusies worden in dit boek niet getrokken, maar het geeft een overzicht van bestaande werken die dezelfde vraag als Bregman trachten te beantwoorden. Voor hen die op zoek zijn naar laagdrempelige informatie over het verzet is Wat maakt een verzetsheld? de perfecte inleiding. 

Rutger Bregman, Wat maakt een verzetsheld? De Correspondent Uitgevers B.V., 61 pagina’s, €10,-.