900 jaar Utrecht: Echt Verzonnen

Always follow the sources and never invent ‘information’.  That’s what we, historians, are taught during our education. But recently my students and I have been making up stories. We have been ‘interviewing’ people from Utrecht who have been dead for quite a few years. By Geertje Dekkers


Wat waren het voor types die in de veertiende eeuw rebelleerden tegen kerkelijke machthebbers? Hoe spraken ze, wat voelden ze en hoe kwamen ze over? En wat voor vrouwen lieten zich in de vijftiende eeuw inmetselen om zich als kluizenares aan God te wijden, soms decennialang? Uit welk hout moest je gesneden zijn om in de zeventiende eeuw pestlijders te helpen? Over dat soort vragen geven bronnen vaak frustrerend weinig informatie. En als historici mogen we de antwoorden niet zelf verzinnen. Dat zou uiterst onwetenschappelijk zijn. Toch heb ik dat het afgelopen jaar gedaan, samen met studenten. En het resultaat is nu overal in de stad te zien. 

Utrecht viert dit jaar namelijk dat keizer Hendrik V op 2 juni 1122 stadsrechten liet vastleggen. Het is dus negenhonderd jaar geleden dat Utrecht officieel een stad werd, en dat is aanleiding voor tentoonstellingen, festivals, toneelstukken en heel veel meer, waaronder het project ‘Gekomen om te blijven’ van stichting De duvel en z’n ouwe moer. Dat project gaat over Utrechters uit heden en verleden, en over de vraag waarom zij of hun voorouders ooit naar de stad zijn gekomen om te blijven. Daarvoor zijn negenhonderd Utrechters geïnterviewd en gefotografeerd. Posters met hun portret hangen overal in de stad en een QR-code verwijst naar gekomenomteblijven.nl, waar hun interviews te beluisteren zijn. Maximaal anderhalve minuut per persoon, met iedereen een eigen verhaal over zichzelf en de stad. Tweehonderd van die personen zijn dood en dat maakt het wat lastig om hen te interviewen. Daarom mochten studenten van geesteswetenschappen – met mij als begeleider – hun kennis, vaardigheden en fantasie gebruiken om hen tot leven te wekken. Stemacteurs spraken hun ‘interviews’ vervolgens in en zo kan het dat dertiende-eeuwse ketter Mattheus de Lollard, kluizenares Suster Bertken en cellenbroeder Jan van Munster hun verhaal doen. 

Utrechter Trijn van Leemput, één van de 900 portretten. Bron: De duvel en z’n ouwe moer

Voor de studenten en mij betekende het dat we allerlei dingen moesten doen die we normaal als historici niet in ons hoofd zouden halen. We vulden niet alleen hiaten in bronnen in – en zogen voor de Middeleeuwen soms zelfs hele personen uit ons duim om bijvoorbeeld vrouwen uit de lagere klassen een stem te geven. Maar we lieten de overleden Utrechters ook veel moderner praten dan ze in werkelijkheid deden. Het project is namelijk gericht op een heel breed publiek en de interviews moeten begrijpelijk zijn voor luisteraars die bijvoorbeeld de Reformatie niet kunnen plaatsen en niet weten wat een (klooster)broeder is. Vooral die groep wilden we een kijkje geven in negenhonderd jaar stadsgeschiedenis en in de enorme variatie in de levens uit de afgelopen eeuwen. Om dat voor elkaar te krijgen, zochten studenten in literatuur en in Het Utrechts Archief, zoals ze dat gewend waren. En vervolgens schreven ze er een natuurlijk klinkende, begrijpelijke monoloog over.

Dat was vaak nogal een puzzel. Want een normaal sprekend mens laat in zijn levensverhaal van alles achterwege dat een luisteraar eeuwen later zou kunnen helpen om zijn verhaal te volgen. Mattheus de Lollard zou nooit zeggen dat hij uit de middeleeuwen kwam, want die term zou pas na zijn dood in omloop raken. Suster Bertken zou haar geloof niet hoeven uitleggen, want haar tijdgenoten waren daarmee opgevoed. En cellenbroeder Jan van Munster zou zijn mede-Utrechters niet hoeven te vertellen dat er pest heerste, want dat zou iedereen dondersgoed weten. Twee keer per week kwamen we daarom samen om het schrijfwerk te bespreken en om elkaar feedback te geven op de interviews in wording. Dan hadden we het over vragen als: hoe ver mag je versimpelen? Mag je emoties invullen? Hoe zou deze persoon formuleren en hoe vertaal je dat naar eenentwintigste-eeuwse tekst? Veel van die vragen leidden tot één centrale kwestie: waarom willen we het verhaal van deze persoon vertellen? Of, anders geformuleerd, wat leert het de luisteraars over het verleden? Want hoewel we de grenzen van het historisch verantwoorde opzochten, bleven we wel historici die hun publiek wat geschiedenis wilden bijbrengen. Of dat gelukt is kun je zelf beoordelen op gekomenomteblijven.nl.

Met al die verhalen is het project nog niet af. Want we maken ook een tijdlijn, met uit elk van de afgelopen negenhonderd jaren een gebeurtenis, van de stadsrechten uit 1122 tot de coronaprotesten in 2021. We vertellen over grote gebeurtenissen met blijvende invloed, maar ook over kleine, alledaagse voorvallen. En dat in maximaal honderd woorden per keer.Met dit deel van het project zijn we al een heel eind op streek. Kijk ook daarvoor op gekomenomteblijven.nl. Maar we kunnen nog hulp gebruiken. Dus wil je ook een paar stukjes schrijven, mail me dan op G.P.M.Dekkers@uu.nl.

Geertje Dekkers teaches history courses at Utrecht University and is a freelance history journalist. In 2023 she’ll publish a biography of microscopist Antoni van Leeuwenhoek (1632-1723).