De passie van… Maarten Prak

On the 2nd of July, the notable and renowned Professor Maarten Prak ended his tenure at Utrecht University. For years, he has been committed to the meticulous study of history and high-quality education. We talked about Maarten Prak’s passion for the polder model during this interview. Moreover, we discussed its history and the effect of the phenomenon on contemporary society.

Introductie

Maarten Prak is een bekend individu, niet alleen binnen de academische wereld, maar ook als geschiedkundig expert bij publieke programma’s zoals ‘De Wereld Draait Door’ of ‘Universiteit van Nederland’. Ook was hij wetenschappelijk adviseur voor de televisieseries ‘De Gouden Eeuw’ en ‘80 Jaar Oorlog’. Hij wordt vaak omschreven als ‘een wandelende encyclopedie op het gebied van de Gouden Eeuw’, en zijn gevoel voor humor is befaamd. Maarten Prak werd geboren in Middelburg, en hij deed in Rotterdam het voortgezet onderwijs. In 1992 werd hij aangesteld als hoogleraar Economische en Sociale Geschiedenis aan de Universiteit Utrecht, waar hij eerder ook zijn doctoraal (voorloper van MA) en PhD had behaald. Zijn expertisegebied is vroegmodern Nederland, met een focus op instituties van burgerschap en vakbonden. Hij is nauw betrokken bij de Bachelor Geschiedenis, waarin hij onder andere het eerstejaarshoorcollege Vroegmoderne Tijd geeft en eindscripties begeleidt, en de MA Geschiedenis van Politiek en Maatschappij. Deze zomer verlaat hij helaas de Universiteit Utrecht om met pensioen te gaan, na meer dan dertig jaar hier gewerkt te hebben. Voor vele studenten vormt hij een bron van inspiratie. 

Na enig twijfelen bespreken we in deze rubriek de passie die dr. Prak heeft voor het poldermodel. De twijfel ontstond door zijn grote liefde voor de Engelse popgroep The Beatles, die niet onopgemerkt kan blijven. Het poldermodel heeft echter een grote rol gespeeld in zijn carrière. Het is het hoofdthema van zijn publicatie Nederland en het Poldermodel uit 2013, geschreven samen met collega Jan Luiten van Zanden. De interesse die hij in het nut van draagvlak en inspraak heeft, ontstond jaren geleden. Nadat hij gepromoveerd was, schreef hij een boek over het tijdperk van revoluties (Republikeinse Veelheid, Democratisch Enkelvoud, 1999). Het onderzoek begon hij met het idee dat door de Franse Revolutie misstanden uit de achttiende eeuw werden verbeterd. Wat hij echter ondervond, was dat vele burgers toentertijd de oude gang van zaken niet los wilden laten. Mensen voelden zich gehoord door de hoge mate van inspraak die ze lokaal hadden en de gilden waren een steun en toeverlaat. Lokale inspraak en de gilden verdwenen echter door toedoen van de Franse Revolutie en de inspraak die er voor in de plaats kwam, was zeer beperkt. Maarten Prak herkende hierin het poldermodel. ‘Ik ben dus niet geboren als polderaar,’ concludeert Prak. ‘Ook al ben ik niet in de polder geboren, maar het water is ook niet zo belangrijk voor het poldermodel als mensen soms denken.’ 

Nederland, merkte hij al vroeg op, was een van de landen die succes hadden ondervonden met het poldermodel van de late middeleeuwen. Wat maakte dat Nederland succesvol was en is, en dat lang niet alle landen zich op dezelfde manier ontwikkeld hebben? En hoe zouden andere landen ook zo welvarend als Nederland kunnen worden? Hij vertelt: ‘Ik ben vanaf mijn studententijd al een wereldverbeteraar.’ Het poldermodel zag Prak als de beslissende factor in de welvaart van Nederland.

Maarten Prak en Jan Luiten van Zanden, Nederland en het poldermodel: de economische en sociale geschiedenis van Nederland, 1000-2000. Uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam, 2013. 328 pagina’s, € 35,99.

Nederland en het poldermodel

Vaak wordt het begin van het poldermodel als een consensus gezien dankzij het Akkoord van Wassenaar (1982) tussen Nederlandse werkgevers en werknemers. Het compromis dat gesloten werd, betrof een combinatie van loonmatiging en arbeidstijdverkorting. Maarten Prak gelooft echter niet dat het Akkoord van Wassenaar als beginpunt van het poldermodel gezien kan worden. Het poldermodel is niet alleen een term die vaak gebruikt wordt voor het concept van overleg tussen sociale partners, maar ‘in het boek behandelen we polderen als een uitdrukking van een veel breder patroon dat uit de middeleeuwen komt.’ Prak en Van Zanden redeneren in hun boek Nederland en het poldermodel: Sociaal-economische geschiedenis van Nederland, 1000-2000 dat het poldermodel drie gedaantes heeft gehad: agrarisch, commercieel en industrieel. De instituties die het poldermodel dragen zijn door de tijd heen hervormd, wat het proces van polderen ook veranderd heeft. 

‘We behoren al sinds de middeleeuwen tot de meest welvarende landen ter wereld.’ Dit zien Prak en Van Zanden als gevolg van het poldermodel. ‘Mensen hadden het idee dat hun werk beloond werd en dat ze gehoord werden. Dat spoorde aan tot hard werken en innovatie.’ Critici trekken dit causale verband in twijfel, en draaien het om. Volgde het poldermodel niet juist op de toegenomen welvaart, in plaats van andersom? Prak geeft toe dat dit een interessant punt is en verwijst naar Scandinavië als voorbeeld. ‘Vroeger was het zeer autoritair, maar nu is het welvarend en zijn de inwoners gelukkig.’ Hoe kan een land de kopgroep bereiken waar Nederland en Scandinavië in verkeren? Er zijn ook landen in de kopgroep zonder poldermodel. Zo zijn de Verenigde Staten welvarend, al wijst Prak op problemen. Ongelijkheden in de verdeling van materiële rijkdom, gebrek aan toegang tot gezondheidszorg en toename in misdaadcijfers zijn symptomen. ‘Ze laten zien dat de samenleving er niet goed vanaf komt.’ Deze problemen zijn minder prominent in Nederland of Scandinavië. 

Het Poldermodel nu

Wordt er tegenwoordig nog een beetje gepolderd in de politiek? De coronacrisis maakt dat moeilijk, vindt Prak. ‘De kracht van het poldermodel zit ‘m in een breed draagvlak en veel inspraak, in een crisis heb je daar geen tijd voor.’ Dat beslismodel waar eerst iedere partij zijn plasje over mag doen verhindert soms het maken van snelle beslissingen, met dat probleem kampte de hele Europese Unie tijdens de pandemie. ‘Soms is het beter om alles militair te doen, met strakke leiding, maar dat gaat niet in ons systeem.’ En in normale tijden is een autoritair regime op de lange duur contraproductief.

Andere landen kunnen veel van het Nederlandse poldermodel leren volgens Prak. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de lage stakingscijfers in Nederland. ‘Staken kost geld, en je voorkomt het door te praten.’ Dat het vinden van consensus in andere landen moeilijk gaat, ligt volgens Prak vaak aan het politieke stelsel. ‘Consensus is lastig te vinden in een tweepartijenstelsel, dat systeem beloont polarisatie.’ Dat systeem is problematisch, maar kan niet zomaar omgegooid worden. ‘Dat vereist vaak een hele nare fase’, zegt Prak, ‘Kijk naar Duitsland. Ook in de Nederlandse geschiedenis zie je dat soort overgangen, maar die gaan wel vaak gepaard met revoluties en oorlog.’ Toch zijn er mensen die zeggen dat grote systeemverandering met kleine stappen bereikt kan worden, en daar is ook Prak positief over. ‘Dat komt ook door mijn geloof in de sociaal-democratie, kijk bijvoorbeeld naar de positie van vrouwen of onze levensverwachting. Daarin is veel vooruitgang bereikt, maar juist die grote institutionele veranderingen zijn moeilijk en nemen veel tijd.’

Prak noemde de polarisatie in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk als mogelijke gevaren voor het poldermodel, dreigt dat gevaar niet ook in Nederland? ‘Op een indirecte manier wel.’ Prak ziet een risico in polariserende partijen die niet willen samenwerken, maar alleen uit zijn op eigen zetelwinst en voor hun polariserende gedrag beloond worden door de kiezer. ‘Dan hebben we een probleem. Niet omdat de populisten zo groot worden, maar omdat de polder dan versnipperd raakt.’

Conclusie

Ondanks zijn waarschuwingen voor polarisatie blijft Prak optimistisch over de toekomst van zijn passie. ‘Buiten corona gaat het de laatste jaren juist beter, kijk maar naar het klimaatakkoord van Parijs of het pensioenakkoord. We zien in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk wat de prijs is van polarisatie en polarisatiepolitiek. Ik denk dat dat zorgt voor een hernieuwde waardering voor het poldermodel.’ 

Het poldermodel is geen wondermiddel zegt Prak, maar wie hem erover hoort praten zou toch bijna denken van wel. Zo benadrukt hij nog eens dat het poldermodel niet alleen voor welvaart, maar ook voor gelijkheid zorgde. De voordelen van het poldermodel liggen dieper dan alleen in de welvaart van een land vindt Prak. Dat is volgens hem bijvoorbeeld goed te zien in de Verenigde Staten. Op papier is de welvaart daar groter dan in Nederland, maar mensen zijn minder gelukkig, de misdaadcijfers zijn hoger en de welvaart is ongelijker verdeeld.

Wie de komende jaren over de geschiedenis van het polderen wil leren zal bij een andere docent moeten aankloppen. Na bijna dertig jaar les te hebben gegeven in Utrecht gaat Maarten Prak na dit jaar met pensioen. Gelukkig is daar nog altijd Nederland en het poldermodel voor zij die het onderzoek van Prak nog eens uitgebreid willen lezen. Ondertussen heeft Maarten Prak dan genoeg tijd voor zijn andere passie: The Beatles.  

Prof. Dr. Maarten Prak, professor emeritus Economic and Social History since 1992, is alumnus of Utrecht University himself. Beside his position as professor he was also a board member of the KNAW between 2016 and 2020, and scientific expert and commentator for historical series like ‘The Golden Age’ and ‘80 Years of War: The birth of the Netherlands’.