De Javaanse kris: machtssymbool pur sang

In this Beeldspraak Maud examines how the Javanese kris is a symbol of power and the practice of politics in various ways. She describes how gift-giving has traditionally been a way of maintaining political relations and why building a collection of colonial objects is not a neutral activity. She links all this to the kris that is central to this article, in order to illustrate the direct link between the object and the past.


In maart 2020 werd een Javaanse kris (dolk die aan twee kanten snijdt) die in het bezit was van Museum Volkenkunde, teruggegeven aan de ambassadeur van Indonesië door minister Van Engelshoven. Onderzoek had uitgewezen dat de kris toebehoorde aan prins Diponegoro (1785-1855), die het verzet tegen het Nederlandse bestuur leidde tijdens de Javaoorlog (1825-1830).[1] Tot op de dag van vandaag maken koloniale voorwerpen gevoelens los, zorgen voor debatten en zijn onderdeel van het verhaal van ons koloniaal verleden. De kris van Diponegoro, maar ook de kris die in deze Beeldspraak centraal staat, laten zien dat dergelijke voorwerpen onderdeel zijn van het onderhouden van politieke relaties. Cultuurhistorica Caroline Drieënhuizen schrijft in haar artikel over koloniale voorwerpen uit voormalig Nederlands-Indië: ‘Objects are more than just material remnants of the past: artefacts can trigger memories and thereby make direct connections to events, places, and people from the past.’[2] Voorwerpen vertellen een verhaal en hebben hun eigen geschiedenis, zo ook de Javaanse kris die in dit artikel centraal staat. De hier beschreven kris is een patrem (vrouwenkris) van vóór 1867 afkomstig uit Surakarta, waarin ijzer, goud, diamant, (potvis)tand, hout en koper zijn verwerkt. Zoals op de afbeelding te zien is, is hij rijk gedecoreerd met blad- en bloemmotieven. De kris is draagbaar en het lemmet meet 3,5 bij 3 bij 34 centimeter; de schede 3,5 bij 4 bij 29,5 centimeter. [3]

Krissen werden gebruikt om mee te strijden, maar waren ook onderdeel van formele kledij. Veel krissen zijn keris pusaka (erfstukken), en werden in hoge, vaak vorstelijke, kringen als geschenk gegeven. Van oorsprong zijn krissen Javaans, maar ze zijn ook op andere Indonesische eilanden te vinden. Aan de kris worden mystieke krachten toegeschreven en hierover bestaan fascinerende verhalen. Belangrijke en bijzondere krissen hebben hun eigen naam en over deze krissen worden verhalen verteld waarin krachten van goden, voorouders of machtige koningen en sultans voorkomen.[4] Krissen worden gesmeed in het vuur uit ijzer en nikkel, dat soms afkomstig is uit meteorieten. De empu (krissensmid) maakt tijdens het smeden van de kris motieven op het lemmet. Deze motieven worden gezien als de ziel van de kris. Het lemmet wordt met een slang vergeleken en de slang bepaalt of de kris recht is of golft door te rusten of te kronkelen. De eigenaar van de kris wordt beschermd door de figuur op de greep.
Krissen zijn zeer waardevol en het cadeau krijgen van een dergelijk waardevol object was een uiting van macht en status. De eigenaar van deze patrem was L.A.J.W. baron Sloet van de Beele, gouverneur-generaal van Nederlands-Indië tussen 1861 en 1865.[5] Hij kreeg de kris van Pangeran Adipati Arya Mangkunegara IV. Sloet van de Beele kreeg in de periode dat hij gouverneur-generaal was geschenken van verschillende Indische vorsten en bouwde een privécollectie aan sierwapens op. Na zijn dood verkocht zijn familie de collectie aan het Museum Volkenkunde in Leiden. Dit is opvallend, aangezien de geschenken van Indische vorsten aan Nederlandse gezaghebbers staatsbezit waren. Sloet van de Beele hield de objecten echter na zijn pensioen en nam ze mee naar Nederland. In feite verkocht de familie van Sloet van de Beele dus staatsbezit aan een staatsmuseum.


Het geven van geschenken was al vóór het koloniale bestuur voet aan de grond kreeg een beproefde methode om politieke relaties te onderhouden. Vele vorsten met elk hun eigen belangen regeerden het grondgebied van wat nu de Republiek Indonesië is. Van een harmonieus samenleven was geen sprake, van uniformiteit evenmin. De lokale elites gingen de strijd met elkaar aan en er was sprake van wederzijds wantrouwen. Binnen dit sterk competitieve politieke systeem vervulde de uitwisseling van geschenken een belangrijke rol.[6] De gewoonte van het uitwisselen van geschenken werd in stand gehouden toen het Nederlandse koloniale bestuur de macht nam. Het geven van geschenken kon competitief werken en soms neigen naar omkoping.[7] De beweegredenen om te schenken waren dus politiek. Lokale vorsten probeerden in het gevlij te komen bij het koloniale bestuur om zo invloed te verwerven, bijvoorbeeld door de gift van een kris. De onderlinge relaties kunnen met name goed worden toegelicht met het gebruik van objecten, zoals cultuurhistorica Karen Harvey benoemt: ‘Through their very materiality – their shape, function, decoration, and so on – [objects] have a role to play in creating and shaping experiences, identities and relationships.’[8]


Omdat er zowel financieel als cultureel kapitaal nodig was om een privécollectie koloniale voorwerpen aan te leggen, was dit voorbehouden aan personen uit de hogere klasse. Het verzamelen van kostbaarheden uit de koloniën was een statussymbool, een aanduiding van macht, en een manier om hoger op de sociale ladder te komen.[9] Objecten uit de collectie die als het meest waardevol werden gezien, werden tentoongesteld voor bezoekers.[10] Verzamelen was dus geen neutrale activiteit, maar een politieke handeling. Cultureel antropoloog Pieter ter Keurs zegt hierover: ‘[Collecting] concerns a power relationship between the owner of an object and the collector who desires the object. […] In the colonial situation this power relationship was often asymmetrical.’[11] De voorwerpen die werden verzameld waren niet zomaar gekozen, maar met aandacht geselecteerd. De lokale machthebbers hadden hier ook invloed op, omdat zij de aanbieders van de voorwerpen waren.[12]


In de Javaanse kris komen verschillende machtsuitingen samen. De kris was voor de ontvanger een statussymbool, omdat de materialen waaruit de kris was gemaakt zeer kostbaar waren en er zowel financieel als cultureel kapitaal nodig was om dergelijke objecten te verwerven. Daarnaast is de patrem het symbool van het bedrijven van politiek en ook de verhalen rondom de kris voegen waarde toe aan het object. Hierdoor is de Javaanse kris een machtssymbool pur sang.

Maud Roelse recently obtained her master’s degree in History of Politics and Society at Utrecht University and is currently one of the lead editors at Historisch Tijdschrift Aanzet. She finds it fascinating to place contemporary phenomena in a historical perspective and thus apply history in a practical way in society.


[1] Museum Volkenkunde, ‘Teruggave Javaanse kris. Dolk van Javaanse verzetsheld’ (versie 2021), https://www.volkenkunde.nl/nl/teruggave-javaanse-kris (17 november 2021).
[2] Caroline Drieënhuizen, ‘Objects, Nostalgia and the Dutch Colonial Elite in Times of Transition ca. 1900-1970’, Bijdragen tot de Taal-, Land- en Volkenkunde 170 (2014) 4, 504-529, aldaar 506.
[3] Museum Volkenkunde, ‘Kris’ (versie 2021), https://hdl.handle.net/20.500.11840/679883 (15 november 2021).
[4] W. H. Rassers, ‘On the Javanese Kris’, Bijdragen tot de Taal-, Land- en Volkenkunde van Nederlandsch-Indië, 99 (1940) 4, 501-582, aldaar 502.
[5] Pieter ter Keurs, ‘Collecting in the Colony. Hybridity, power and prestige in the Netherlands East Indies’, Indonesia and the Malay World, 37 (2009) 108, 147-161, aldaar 157.
[6] David Henley, ‘Conflict, Justice, and the Stranger-King Indigenous Roots of Colonial Rule in Indonesia and Elsewhere,’ Modern Asian Studies 38 (2004) 1, 85-144, aldaar 87-105.
[7] Ibidem, 111.
[8] Karen Harvey, ‘Introduction: Practical Matters’, in: Harvey (red.), History and Material Culture: A Student’s Guide to Approaching Alternative Sources (Abingdon 2009) 1-19, aldaar 5.
[9] Drieënhuizen, ‘Objects, Nostalgia and the Dutch Colonial Elite’, 505.
[10] Ibidem, 510.
[11] Ter Keurs, ‘Collecting the Colony’, 147.
[12] Ibidem.